Afgelopen donderdag werd 32 kilometer voor de kust van George Town, de hoofdstad van de Kaaimaneilanden, een aardbeving met een kracht van 5.1 op de schaal van Richter gemeten.
Terwijl ik nog lekker in dromenland vertoefde, werd ik om vijf uur in de ochtend plots door een korte, hevige schok wakker geschud. Alsof iemand tegen mijn bed aan stond te duwen. Mijn hart bonkte: Was dat onweer?
Geen orkaan maar tsunami..
Vervolgens kon ik niet meer in slaap komen. Want, dacht ik, wat als het een aardbeving is? Zat ik me eerst druk te maken over het orkaanseizoen waar we midden in zitten – of ik genoeg eten en drinken had gehamsterd en of ik in staat zou zijn een wilde kip te vangen in geval van nood –nu maakte ik me druk over een tsunami. Dat leek me rampzaliger.


















