Vaste prik op de donderdag: een lijstje met jullie meest gênante momenten. Ook deze week mogen we weer een aantal pareltjes met jullie delen.
Geniet ervan!

Vaste prik op de donderdag: een lijstje met jullie meest gênante momenten. Ook deze week mogen we weer een aantal pareltjes met jullie delen.
Geniet ervan!
1. L0123: “Mijn man en ik verbleven een weekend in Amsterdam. We moesten nog postzegels hebben en zagen voor een winkel een rek met ansichtkaarten staan. Mijn man liep naar binnen, recht op de kassa af. Ik liep achter hem aan de winkel in en keek nog eens goed rond. Ik zag allemaal seksartikelen staan. Voordat ik mijn man kon waarschuwen had hij al aan de man achter de kassa gevraagd of ze ook postzegels verkochten. Ik zal die verbaasde blik nooit meer vergeten: ‘Nee, dit is een seksshop!’ Wij voelden ons behoorlijke provinciaaltjes…”
2. Femke: “Ik heb nu al zo’n zes jaar diabetes. Iedere maand krijg ik van het diabetesfonds een magazine thuisgestuurd. Een paar jaar geleden kwam ik blij thuis en vertelde ik mijn moeder blij dat ik in het magazine had gelezen dat je gratis naar de dierentuin kunt wanneer je een erotische ziekte hebt. Pas nadat mijn moeder was bijgekomen van het lachen, vertelde ze me dat het gaat om een chronische ziekte.”
3. Susanne: “Ik fietste met mijn twee zoontjes in de bakfiets naar hun oma. Op dat moment kwam er een vrouw naast mij fietsen. Ze vroeg me de weg naar het christelijk gereformeerd buurtcentrum waar ze die dag als vrijwilliger zou beginnen. Zelf heb ik van religie weinig kaas gegeten en ik wist dan ook niet waar het centrum was. Mijn antwoord was: ‘Jezus, dat vraag je aan mij?’ Om het goed te maken heb ik het adres maar voor haar opgezocht op Google Maps.”
4. Eveline: “Op een kasteelfeest was een vriendin van mij verkleed als vos. Op het feest kon je mooie foto’s maken met het kasteel en het bos op de achtergrond. We kwamen nog iemand tegen die als vos verkleed was. Dat vonden we natuurlijk fantastisch, dus ik wilde ze samen op de foto zetten. Ik probeerde er een leuke setting van te maken en riep: ‘Moeten jullie anders niet even samen de bosjes in?’ Ik wilde het nog goed maken door te zeggen dat ik het natuurlijk niet zo bedoelde, maar iedereen lag al dubbel.”
5. Cleo: “Ik stond te wachten op de trein toen een vrouw met een kinderwagen naast me kwam staan. En ja hoor, ze vroeg of ik wilde helpen om de kinderwagen in de trein te tillen. Zo beheerst als ik kon pakte ik de kinderwagen vast en zette ik mijn voet op de trap. Ik dacht dat het gelukt was. Daarna struikelde ik en viel ik. Mijn linkerbeen vloog de lucht in en met mijn rechterbeen zat ik vast onder de kinderwagen. Het duurde een hele tijd voor ik eronder vandaan. Toen de vrouw van de kinderwagen sorry tegen me zei, zei een conducteur die ernaast stond: ‘Jij bent niet diegene die sorry hoeft te zeggen’. Gênant!”
6. Katy: “Laatst was ik aan het werk als serveerster en stond ik achter de bar. Een gast was al de hele avond Affligem Blond aan het drinken. Toen zijn glas leeg was vroeg ik aan hem: ‘Wil je nog een blondje?’ Hierop kaatste mijn leidinggevende luidkeels terug: ‘Jezus Katy, doe eens even rustig. Bied je jezelf nou zó makkelijk aan?’
Op dat moment kon ik wel door de grond zakken…”
7. Nynke: “Mijn zoontje van toen twee struinde graag YouTube af op zoek naar kinderliedjes. Liedjes met skeletten waren favoriet. Alleen had hij wel wat moeite met het uitspreken van het woord skelet. Op een gegeven moment stond ik bij de voordeur met een aantal vriendelijke geloofsovertuigers. Mijn kleine man kwam erbij staan met zijn tablet in zijn hand. ‘Kijk, kijk! Een slet!’ Ik probeerde het nog uit te leggen, maar de blikken zeiden genoeg.”
8. Monique: “Ik werkte in een kledingwinkel. Een man trok een trui aan die ook op een paspop zat. Toen de man voor de spiegel stond zei hij: ‘Op de pop lijkt de trui veel mooier.’ Ik antwoordde: ‘Ja, maar daar zit dan ook geen hoofd op.’ Oeps.”
9. Brenda: “Op een feestje liep ik een leuke jongen tegen het lijf. Op dat moment draaiden ze het nummer Waterscooter van de Gebroeders Ko. Ik dacht leuk te zijn en wilde op zijn neus drukken bij de woorden ‘toet toet’. Dit liep iets anders: ik stak mijn vinger namelijk in zijn neus. Lekker ongemakkelijk.”
10. Karlijn: “Ik werkte een paar jaar geleden in een supermarkt. Voor sluitingstijd moest ik de bezoekers een fijne avond wensen door het omroepsysteem. Net voordat ik daarmee wilde beginnen kreeg ik een niesbui. Iedereen die daarna aan me voorbij liep wenste me gezondheid. Ik snapte het niet. Toen bleek dat ik het omroepsysteem al te vroeg had aangezet en iedereen in de winkel me had horen niezen.”
En nu jij!
Ook ooit zo voor paal gestaan dat je het liefst wilde verdwijnen? Deel je gênante ervaring met ons hieronder of stuur een mail naar internet@moodformagazines.nl en wie weet staat-ie er volgende week tussen.





