Hallo lente! Mocht je het ondanks het lekkere weer toch moeilijk vinden om afscheid te nemen van de winterse stamppotten met draadjesvlees, dan is dit gerecht jouw redder.
Men neme (voor 4 personen):
– 500 gram riblappen
– 1 blikje (33cl) bier
– 1 bos wortels
– 1 bos bleekselderij
– 500 gram krieltjes
– 1 grote ui
– 2 tomaten
– 2 laurierblaadjes
– 1 flinke eetlepel paprikapoeder
– 2 tenen knoflook
– 1/2 bouillonblokje
– 1 flinke hand verse peterselie
– 1 flinke klont roomboter
En zo doe je het:
– Snijd de riblappen in stukken van ongeveer 2 cm, rasp de wortels schoon en snijd deze in stukjes, rasp de bleekselderij schoon en snijd deze in stukjes, snijd de tomaten in blokjes en ook de ui in blokjes.
– Neem een braadpan en smelt daarin de klont boter en wacht tot deze niet meer schuimt.
– Doe dan de ui en het vlees erbij, besprenkel het vlees royaal met paprikapoeder, peper en zout en bak goed om en om.
– Voeg dan de knoflook en tomaat toe, gevolgd door de helft van de wortel en bleekselderij. Roer alles goed door elkaar.
– Doe dan het halve bouillonblokje, de laurierblaadjes en het bier erbij, roer alles goed door elkaar en voeg dan nog twee koppen gekookt water toe.
– Zet het vuur lager, en laat het geheel een flink aantal uur pruttelen (minimaal 3, liefst zo’n 5 uur want hoe langer hoe lekkerder). Af en toe even roeren en kijken of er nog genoeg vocht is, zo niet dan even een kopje gekookt water toevoegen (koud water laat de temperatuur dalen).
– 20 minuten voor einde kooktijd, voeg je de krieltjes en de rest van de wortel en selderij toe. Zo kook je de krieltjes gaar en houd je ook nog knapperige wortel en selderij in je stoof.
– Schep de stoof op de borden en maak af met verse fijngehakte peterselie.


















