Niets lekkerder dan een goed glas op zijn tijd. Nu alle terrassen nog gesloten zijn en we thuis zelf onze wijnen moeten uitzoeken (en bewaren), zetten we een paar dingen voor je op een rij.
Vinoloog en presentatrice Astrid Joosten vertelt je welke mythes over wijn we nu écht eens naar het rijk der fabelen moeten verwijzen.
Wijn: de feiten en fabels
Rode wijn moet op kamertemperatuur van 21 graden worden gedronken.
“Fabel. Dat geldt niet meer voor de huizen van tegenwoordig, met dubbel glas en centrale verwarming. Daar is het al snel 21 à 22 graden, veel te warm. Met kamertemperatuur bedoelt men de huizen van vroeger, waar het zo’n 16 tot 18 graden was. Je kunt rode wijn prima bewaren op je aanrecht hoor, maar zet ‘m voordat je hem serveert even in een koeler. Dan blijven de smaken veel beter in balans.”


















