De tijd vliegt, en de laatste maanden zijn aangebroken. Nog een handjevol weken, en de bevalling zal zich aandienen. Tijd voor goede voorbereidingen.
Ik ben begonnen met zwangerschapsgym. Elke maandagavond lig ik samen met nog acht zwangere vrouwen op een matje oefeningen te doen. We doen elke week de zogenaamde liftoefening: waar je al zittend je bekkenbodemspieren aanspant en op die manier een lift nabootst met je ‘onderkant’, omhoog en naar beneden. Ik trek elke keer een ingespannen gezicht, zoals alle anderen om me heen, maar voel helemaal niets. Ik vrees dat mijn bekkenbodem niet bestaat. Maar swa, de stofzuiger kan ik als de beste, en ik ben een kei in de ontspanningsoefening door elke keer in slaap te vallen.
We oefenen met puffen. De befaamde ‘deze wee komt nooit meer terug’ komt voorbij, en ik opper de alternatieven ‘morgen eindelijk weer wijn’ of ‘hierna elke dag rood vlees’ die erg in de smaak vallen bij mijn collega-zwangeren. En verder kletsen we vooral, over hoe het gaat, en wat we voelen en waar we mee bezig zijn.
Na vier lessen kondigt de docente de partner-les aan. Om me heen klinken ongelukkige geluiden. “Oh, is dat volgende week al … ik hoopte dat het nog even zou duren zodat mijn vriend nog even kan wennen aan het idee dat hij mee moet” en: “Ik denk dat ik alleen kom, want ik krijg mijn man echt met geen stok naar een pufcursus, zoals hij dat noemt.” en “Ja, maar, wat gaan we doen dan … mijn geliefde wil echt graag weten of hij er wel wat aan heeft, want hij wil zijn vrije avond er eigenlijk niet voor opgeven.” en “Nee. Punt. Hij komt niet mee. Punt.”
Ik sta versteld van de weerstand. Al vanaf het begin van mijn zwangerschapsgym vragen mijn jongens wanneer er een partnerles is. En vanaf de dag dat ze weten dat er een partnerles bestaat hebben ze beiden geroepen mee te willen. Graag. Niet eentje, maar alle twee. “We zijn allebei bij de bevalling, dus we zijn allebei bij de partnerles.” Ik denk dat als ik ze had gezegd dat ik liever alleen zou willen gaan, dat ze heel erg teleurgesteld zouden zijn, in tegenstelling tot de andere partners, blijkbaar.


















