Er wordt nog even genoten van de laatste weken (of dagen?) van de zwangerschap.
Om elf uur hebben we een afspraak met de verloskundige. Vanaf nu zal dat wekelijks plaats gaan vinden, want we naderen het einde. En omdat Ömer ons misschien niet zal kunnen begeleiden tijdens de bevalling omdat hij natuurlijk niet altijd dienst heeft, gaan we elke keer een andere verloskundige uit zijn collega-team ontmoeten. Nu het zo goed gaat met mij, en met ons, vinden de jongens en ik dat elke keer weer erg leuk; wie zullen we nu ontmoeten, en aan wie zullen we nu vertellen hoe leuk alles is?
Mary-Ellis is het dit keer, en het is een leuk kwartier. Ze moet lachen als ik weer eens iets vraag over toxoplasmose, en zegt: “Ja, ik las al zoiets in je geschiedenis, dat jij daar nogal panisch over bent.” Ah, ja, mijn zwangerschaps-geschiedenis, die ik uitgeprint meekrijg dit keer, voor het geval ik ga bevallen en naar het ziekenhuis moet of naar een andere zorgverlener. We gaan nu echt de laatste weken in, beseffen we. Onze zoon is ingedaald, en alle controles zijn perfect. We vertrekken met z’n drietjes na deze afspraak lachend naar de auto. “Hij is ingedaald, hij is ingedaahaald”, is de nieuwe hit die we zingen. We stappen de auto in, op weg naar de sauna, waar we vandaag de hele dag gaan vertoeven.


















