Nina heeft wekelijks gesprekken met een psychologe die gespecialiseerd is in zwangerschaps-problematiek. Daar heeft ze net uitgesproken dat ze misschien wel verliefd geworden is.
Mijn psychologe Evelyn glimlacht en zegt dat we hier misschien wel een kern te pakken hebben. En ik vraag het me af. Ja, joh, ik zei alleen dat ik misschien wel verliefd zou kunnen zijn. Eventueel. Ja. Maar dat bedoel ik toch niet zo serieus? Hij is homo, hoor. Ik bedoel het dus gewoon metaforisch, die verliefdheid. Denk ik. Hoor. Metaforisch. Niet dat het echt zo is. Heus niet.
Ze vraagt me om situaties of acties te omschrijven van de afgelopen maanden die misschien die verliefdheid zouden kunnen onderstrepen. God, ja, welja, ok, doe ik wel, maar ik vind het een beetje overdreven en zonde van de tijd. Maar goed, ja, euhm… Toen ik in het ziekenhuis lag, en hij mijn hand vast had en daar zoentjes op gaf, toen kreeg ik wel kriebels, ja, maar dat is normaal, denk ik, toch? En ik zoek vaak in mijn vrije tijd foto’s en filmpjes van hem op google. Maar dat hoeft toch niets te betekenen? Ik kijk vaak op WhatsApp wanneer hij online is geweest, en ben best nerveus als hij lang niets laat horen. Ja, dat is wel zo. Ik vind het fijn om met hem te knuffelen, en vind hem al-tijd lekker ruiken. Hij kan vrijwel niets fout doen in mijn ogen, en als hij iets vindt, vind ik dat meestal ook meteen. Als hij weggaat wil ik altijd dat hij langer blijft. En ik droom over hem … dat ook. Veel. En soms denk ik aan hoe leuk het zou zijn als hij voor mijn deur staat en zegt dat hij bij mij wil wonen. En … oh verdorie … oh nee….”Ik ben verliefd op Rick!” Evelyn kijkt me aan en glimlacht weer: “Ja, ik wil niet vervelend zijn, Nina, maar dat denk ik ook…”


















