Het einde van de zwangerschap is nu echt in zicht.
Vanaf 38 weken zitten wij op hete kolen. We zijn ervan overtuigd dat hij nu gaat komen. Want onze jongen is een snelle, onze jongen is niet gemiddeld, onze jongen is supersterk en heeft er zin in. Wij gaan ver voor de uitgerekende datum bevallen, we weten het zeker. We hebben een speeldoosje bij mij thuis en precies eenzelfde bij de jongens thuis, zodat onze zoon zich in elk huis thuis voelt als hij gaat slapen. Dat staat symbool voor hoe klaar we voor hem zijn. Maar vooralsnog laat de jongen zich niet zien.
Met 39 weken bel ik huilend René op. “Ik denk dat we te weinig geboortekaartjes hebben. Wat moeten we nou? We moeten toch back-up kaartjes hebben, voor als we iemand zijn vergeten, hebben we dan wel genoeg, volgens mij hebben we er te weinig…” Ik ben al dagen dingen aan het regelen en vooral aan het huilen. Het lijkt als donderslag bij heldere hemel te komen, want de afgelopen weken waren een groot feest. Ik heb geen rust in mijn lijf. Ik moet alle rekeningen nu betaald hebben, ik wil alle columns voor de komende maanden geschreven hebben, ik wil mijn huis schoon en aan kant en ik wil dat die ene oude radiator in de berging beneden weggehaald wordt. En elke keer als ik een ding van mijn lijstje heb gestreept, komt er weer een nieuwe bij. En ze worden steeds onzinniger.
Ik moet van mezelf alles gelezen hebben over de bevalling wat er maar te lezen valt. Ik heb een CD met hypnobirthing oefeningen die ik elke dag van mezelf moet doen. Ik kijk filmpjes op internet over hoe je goed en rustig thuis kan bevallen.
En daarnaast wil ik voor iedereen in mijn omgeving nog cadeautjes kopen, om iedereen te laten zien hoeveel ik van ze hou en hoeveel ik hun hulp de afgelopen zwangerschap heb gewaardeerd. En in de supermarkt heb ik mijn mandje bomvol gegooid met allemaal dingen die ik ineens denk te moeten hebben voor de bevalling, van rietjes om uit te drinken tot Dextro Energy, AA-drink, en ijsjes. En genoeg brood en beleg en te drinken voor een week, want ik kan na de bevalling natuurlijk geen boodschappen doen.
Vervolgens bel ik René dus thuis op over de kaartjes. Hij reageert magistraal (de jongens hebben mij voor altijd verpest voor alle toekomstige mannen, zo goed zijn ze voor mij) dat ik gewoon alles zo goed wil regelen en dat ik dat al gedaan heb. En of ze anders even langs moeten komen. Graaaaaag, zeg ik.
De remedie van de jongens; niet meer zoveel alleen zijn. Niet zoveel meer denken en in mijn hoofd zitten. We trekken de agenda’s en zorgen dat ik elke dag met iemand eet, en het liefst zoveel mogelijk met hen. Hoewel zij net zo gespannen zijn als ik, helpt het inderdaad om niet alleen te zijn deze dagen.


















