We stevenen af op de bevalling. Met nog een handjevol weken te gaan geniet Nina nog van haar laatste tijd als ‘niet-moeder’.
Mijn laatste weekendje weg als nog-niet-moeder. En wel naar Texel. Naar een theater-festival. Waar bijna al mijn vrienden zijn. En waar het altijd feest is. Hoogzwanger ben ik en zin heb ik.
Het is een terugkerend uitje, waar ik elk jaar naar uitkijk. We slapen met z’n allen in grote kampeerboerderijen en zijn de hele dag met elkaar wandeltochtjes aan het maken. We gaan naar het strand, kletsen wat af, en in de avonden is er theater georganiseerd door Klif 12 en een nachtelijk feest.
Mijn omgeving vraagt zich af of dit wel zo’n goed idee is, een weekend weg naar een feestplek met mijn dikke buik, maar ik heb wat voorbereidingen getroffen. Zo slaap ik dit jaar niet in een kampeerboerderij, maar op een hotelkamer. Ik ga er inmiddels ’s nachts zeker drie keer uit om te plassen, en mijn rug doet al pijn als ik in slaap ben gevallen op de bank dus slapen in een krakend bed en een gezamenlijke badkamer op de hal is met mijn hoogzwangere buik niet prettig. Ik zwaai mijn vrienden uit als ze linksaf slaan naar onze vertrouwde boerderij, en check zelf in bij het degelijke hotel. Eerst ben ik een beetje treurig; ik wil ook bij mijn vrienden slapen, en kampvuren bouwen vannacht, en in de ochtend in het zonnetje aan lange tafels samen ontbijten. Maar als ik mijn hotelkamer binnen kom en op mijn opgemaakte bed ga liggen en het dekbed om me heen sla, weet ik dat dit nu het juiste is, en val als een blok in slaap.
Als ik wakker word heb ik 12 gemiste oproepen. Mijn vrienden. Waar ik zit en dat zij op het terras zijn gaan zitten, en waar ik nou toch uithang, en kom nou, het weekend is begonnen. Ik kalefater mezelf op, en loop naar het terras waar ze zitten. Ik moet een fiets huren, voel ik aan mijn lijf. Dat lopen gaat niet lukken dit weekend. Als ik bij het terras aankom, zie ik dat iedereen al aangeschoten is; er staan twee flessen wijn op tafel en meerdere biertjes en de sfeer is uitgelaten. Ik word met gejoel begroet en doe mijn best om ergens plaats te nemen waar de rook van de sigaretten niet in mijn gezicht waait. Ik ben er!
Al snel wordt besloten dat er een stukje gewandeld gaat worden, voordat het avondeten begint. Ik ga een fiets regelen, maar dat duurt zo lang met dat logge lijf van mij, dat ik ze zelfs met fiets niet meer weet in te halen. Ik zet mijn fiets neer bij hetzelfde terras en drink daar in mijn eentje een thee, en app wat met het thuisfront. “Het is hier heel erg leuk!” en stuur een selfie. Op de vraag waarom ik alleen ben en waar iedereen is, geef ik maar geen antwoord. Het is hier gewoon heel erg leuk.
De avond gaat als een speer voorbij, we eten, kijken voorstellingen en kletsen na in de tent waar het feest plaatsvindt. Ik hou het goed vol, al zeg ik het zelf, en kan ook op appelsap een heel leuke avond hebben. Alleen jammer dat mijn enkels zo dik zijn geworden vanavond, het staan is lastig.
Ik kijk om me heen. Ik zie bekende gezichten, gezichten die ik elke keer op dit festival voorbij zie komen, en die ik dan weer uit het oog verlies als we op het vaste land zijn. Ik heb met een paar van die bekende gezichten gezoend, afgelopen jaren. Dronken, met een sigaret in mijn hand, bij het kampvuur bij onze kampeer-boerderij. Nu zie ik ze naar me kijken, lachen, wijzen naar mijn buik en hun duim opsteken. Dat ik met een van hen vanavond zal zoenen, is uitgesloten, zie ik aan hun blikken. En voel ik aan mijn lijf, overigens, want de vermoeidheid slaat toe. Ik moet naar bed…Onder luid protest zeg ik mijn vrienden gedag en val binnen 15 minuten in een diepe slaap.
De volgende ochtend ontbijt ik in mijn eentje in de hotelbar. Als ik om me heen kijk zie ik alleen maar getrouwde, oudere stellen die hier een weekendje weg zijn…en als ik naar de kampeerboerderij fiets heerst daar een nog grotere rust. Iedereen slaapt nog. Ik maak een selfie met op de achtergrond een verlaten grasveld met lege bierflesjes om een uitgeblust kampvuur en stuur die naar het thuisfront. “Het is hier heel erg leuk.”
Tegen de middag worden mijn vrienden wakker, en krijg ik, als ze koffie drinken de roddels van de avond ervoor te horen. Wie er gênant dronken is geworden, wie er door het houten hek is gezakt en wie met wie in een kampeerbedje is geëindigd. Ik grinnik om alle verhalen en na een uurtje waggel ik weer naar mijn kamer omdat iedereen zich gaat douchen en klaarmaken voor weer een dag, en dat allemaal uren gaat duren met de katers die ze hebben. Ik slaap weer wat energie bij, voor de tweede avond.
Die is zo mogelijk nog leuker; het is alweer de laatste avond hier, dus iedereen voelt dat we nog even uit moeten pakken. Het bier stroomt rijkelijk, de hamburgers zijn niet aan te slepen en nog voor het donker is, is de feestsfeer optimaal. Maar ik red het niet deze avond. Ik maak nog snel een selfie voor het thuisfront van mezelf in bed, stuur het op met “Nog steeds heel erg leuk!” en ga dan slapen.
De dag erna zitten we op de boot terug. Iedereen met rode oogjes en brakke smoeltjes. En ik met een grote lach op mijn gezicht. Ik heb het nog meegemaakt! Het jaarlijkse weekendje weg! Ik was erbij! Ik maak een selfie met mijzelf en een meeuw en ben compleet gelukkig.


















